Al diverse jaren ben ik trouw en enthousiast gebruiker van LinkedIn. Ik behoor daarmee tot de inmiddels 200 miljoen leden van de LinkedIn community. Al enkele keren heb ik op het punt gestaan mijn gratis account om te zetten naar een betaalde, professioneel account. Maar iedere keer weerhoudt me iets daarvan. Wat is dat toch?
Rolodex 3.0
LinkedIn voegt doorlopend nieuwe functionaliteiten toe en biedt mij en andere B2B professionals en bedrijven een ‘rolodex 3.0′: al je contacten in 1 overzichtelijk platform vindbaar en benaderbaar. En (uiteraard) nog veel meer. De LinkedIn groepen, integratie met weblogs, twitter en Q&A brengen per segment, geografie of aandachtsgebied vraag en aanbod van informatie en kennis(sen) dichter bij elkaar. Ook in offertetrajecten en pursuits blijkt LinkedIn van grote waarde. Door de 1e en 2e graads connecties van collega’s uit sales, marketing en delivery snel en slim te inventariseren. En zo de DMU / decision making unit veel scherper in beeld te brengen.
Free trial?
Mijn enthousiasme voor het benutten van LinkedIn in B2B en nieuwsgierigheid naar hoe (nog) meer business waarde uit dit platform te halen vertaalt zich nog niet in een upgrade. LinkedIn biedt mij per email regelmatig de kans om een upgrade in LinkedIn uit te proberen via een ‘free trial’ van 1 maand. Tot zover niets aan de hand. Sympathiek gebaar ook.
Welke fout maakt LinkedIn in mijn optiek daarna echter? Bij het bevestigen van deze gratis proefperiode geven de kleine lettertjes aan dat een X bedrag automatisch van je credit card wordt afgeschreven. Au, dat doet pijn. Je krijgt dus eigenlijk geen gratis test. Maar een abonnement waarvan de eerste maand gratis is. Ik haak af. En met mij (te) vele anderen vermoed ik.
Risicoloos aanbod
Mijn tip aan LinkedIn zou zijn om – no strings attached – intensieve gebruikers van LinkedIn te stimuleren om daadwerkelijk de upgrade te gebruiken tijdens een free trial van 1 maand of langer. Misschien in ruil voor een endorsement van LinkedIn op hun profiel, of een andere vorm van sociale betaling. Na deze periode aan jou de kans om dit abonnement te contineren (betaald) of – no questions asked – terug te gaan naar je oude abonnement. Dat is daadwerkelijk een risicoloos aanbod. Wedden dat dat een veel betere basis biedt om de conversie te verhogen? Dit zorgt voor een veel grotere fanbasis en conversie dan LinkedIn (zich) nu realiseert.
Meer weten hoe je in B2B veel meer bekendheid en leads genereert met sociale media? Check deze tips.
/wp-content/uploads/2018/12/logo_DQ_kleur_2018-1.png00Paul Hassels Mönning/wp-content/uploads/2018/12/logo_DQ_kleur_2018-1.pngPaul Hassels Mönning2013-01-17 00:24:192019-06-24 06:48:09Tip aan LinkedIn (en voor jou om je conversie te verhogen)
Eerder vandaag ontving ik per email een kleine reminder van de organisatie achter de Web Winkel Vakdagen 2013. Onder de ronkende, maar vrij generieke titel “all the e-commerce you can get!” kreeg ik digitaal de oproep om me direct aan te melden.
Welke fouten maakt #WWV13 Webwinkel Vakdagen 2013 hier?
1) Al ruim voor de ontvangst van deze ‘reminder’ schreef ik me al in voor de 2013 editie van de Webwinkel Vakdagen. Het lijkt er daarmee op alsof men deze bevestiging niet heeft ontvangen. Of nog erger: niet waardeert.
2) De ontvangen email is inhoudelijk erg algemeen. Sinds tenminste december 2010 heb ik mijn voorkeuren in inhoudelijke onderwerpen kenbaar gemaakt aan de Webwinkel Vakdagen. Het minste wat men zou kunnen doen is het aanbieden van een email die aansluit op de buyer persona’s behorend bij deze onderwerpen. Dat waren er 5 of hooguit 10: da’s toch vrij overzichtelijk?
3) De email is niet gepersonaliseerd. Ik word niet persoonlijk aangesproken, en mijn bedrijf DutchmarQ blijft onvermeld. Ook aan mijn bezoek aan de 2012 editie wordt niet gerefereerd.
4) Het in deze email gekozen beïnvloedingsprincipe (Cialdini) is waarschijnlijk dat van de autoriteit. Zo wordt verwezen naar een lezing met Cor Molenaar en passeert een lijst met gold sponsors en mediapartners de revue. Hun logo’s zijn echter pas zichtbaar na het downloaden van de volledige inhoud. Een gemiste kans, omdat je in 1 oogopslag de lezer wilt prikkelen tot doorlezen (en bezoeken van #WWV13).
5) Dit event krijgt onvoldoende ‘smoel’. Het zou een stuk krachtiger werken als de email persoonlijker is van opzet door het opnemen van een gezicht van de organisatie, enkele citaten van bezoekers en foto’s van enkele sprekers.
Misschien nog wel de grootste gemiste kans: in een tijd van krimpende budgetten is het zaak prospects voor de Webwinkel Vakdagen editie 2014 (en erna) zo goed mogelijk te prikkelen. Door zo duidelijk mogelijk de business voordelen te laten ervaren van investering in dit event als standhouder of sponsor. Daarvan ben ik nog niet overtuigd.
Onderzoek door ondermeer HubSpot toont aan dat prospects in B2B in 60% tot 70% van hun koopproces helemaal niet zitten te wachten op belletje of bezoek van een sales tijger (m/v). Men wil zelf zich oriënteren, een vergelijkend warenonderzoek doen en digitaal rondsnuffelen. Google noemt dat ook wel het Zero Moment Of Truth. Zaak om die ongrijpbare klant te verleiden op afstand. En een voorzichtige, eerste digitale verkenning warm te houden. Via gerichte communicatie en informatie die aansluit bij de eerste gebleken behoefte.
Hoe eng of vreemd dat soms ook mag klinken, dat proces van zogenaamde lead nurturing kan deels geautomatiseerd verlopen. Ook vandaag hoor ik dat weer eens van een grote, internationale prospect. Deze beseft tegelijkertijd haarfijn dat de uitdaging in B2B nieuwe marketing luidt het behouden van een zo persoonlijke mogelijke benadering in combinatie met het benutten van het digitale kanaal.
PS aan het #WWV13 team ter geruststelling: ik kom wel hoor, naar de Jaarbeurs op de 23e of 24e. Al was het alleen maar voor een kop koffie met 1 buitengewone business relatie met wie ik ook vorig jaar op jullie beursvloer afsprak.
Meer weten hoe je in B2B online marketing ervoor zorgt dat prospects en klanten graag een volgende stap nemen in hun koopproces? Lees deze DutchmarQ whitepaper: ‘Is online onnodig in B2B Sales?‘.
Te weinig budget. Dat is de grootste uitdaging (of kopzorg?) voor B2B marketeers volgens onderzoek van Demandbase en Ziff Davis. Dat (USA) onderzoek dateert weliswaar van augustus 2012 maar is ook begin 2013 wat mij betreft ook aan deze kant van de plas nog even herkenbaar.
Onder druk van krimpende budgetten is het geen verrassing om te zien dat SEO, social media marketing en inbound marketing de top 3 vormen van meest populaire tactieken in B2B. Deze illustratie van emarketer onderstreept dit, zoals eerder deze week op het emarketer.com blog gepubliceerd.
Wel verrassend: 74% van alle content door B2B marketeers geproduceerd adresseert een specifieke business behoefte of oplossing. Andere content types dekken misschien een ander perspectief. Ze gaan over een bepaalde branche of segment (64%), producten en brochures (48%) of zijn een stukje ’thoughtleadership’ vanuit de aanbieder. Toch zou je anno nu mogen verwachten dat 100% (nou goed, laat het 95%) zijn van alle B2B content in externe gepubliceerde content tenminste een of meerdere behoeften serieus neemt.
Echt opvallend vind ik de tweede staafdiagram. Het nieuwe accent heet focus. Soms is dat meer aandacht voor een geografische markt of segment, danwel op het MKB. Maar met stip op #1 staat de nieuwe aandacht voor het individuele klant of prospect type. Buyer personas zijn daarin een beproefd hulpmiddel. Nog verder gaan zogenaamde beïnvloedingsprofielen zoals beschreven in Digitale Verleiding.
Komt er dankzij minder budget vooral meer focus. Mooie ontwikkeling, toch?
Hoe zorg je in B2B online marketing ervoor dat prospects en klanten graag een volgende stap nemen in hun koopproces? Lees deze DutchmarQ whitepaper: ‘Is online onnodig in B2B Sales?‘.
Wanneer word je zelf vooral geprikkeld om online een volgende stap te nemen of zelfs een aankoop te doen? Wanneer Groupon je erop wijst dat dit exclusieve aanbod nog maar 8 uur en 42 minuten verkrijgbaar is? Als Harvard University zijn naam verbindt aan die newsletter waarop je attent wordt gemaakt? Of als je op LinkedIn ziet dat diverse vrienden en (oud-)collega’s uit je sociale netwerk ook naar dat toch vrij kostbare event volgende maand gaan?
Tijdens de kerstvakantie in Oostenrijk las ik het verleidelijke managementboek ‘Digitale Verleiding’. Maurits Kaptein beschrijft hierin overtuigend hoe ieder mens een eigen uniek, beïnvloedingsprofiel heeft. En daardoor aantoonbaar meer door schaarste (het Groupon voorbeeld hierboven), autoriteit (het Harvard voorbeeld) of consistentie (het LinkedIn event) zich laat prikkelen tot een online klik, besluit of aankoop.
Daar waar het einde van winkels dichterbij lijkt te komen met de verdere opmars van internet, is de conversie van veel offline shops vaak online nog ongeëvenaard. Verlaten 25% of meer van de bezoekers van een boekenwinkel de zaak met een aankoop, in warenhuizen en supermarkten ligt de conversie nog veel hoger. Internet leidt dan weliswaar tot veel meer bereik, maar ook tot veel minder impact. Zelfs bij effectieve marketing automatisering is de conversie in veel B2B-omgevingen immers niet veel meer dan 2% (in ratio van bereik tot sales).
Kaptein beschrijft hoe AB-testen, usability inspanningen en multivariaat testen allemaal goed bedoeld zijn. Maar de online marketeer naast een drukke agenda vooral schijnzekerheid geven. Het werkelijk vaststellen van het beïnvloedingsprofiel per klant is een veel betere manier om het verschil te maken. De IT is allang geen beperkende factor meer in het verzamelen, doorgronden en benutten van big data in klantprofielen. Mogelijke beperking is wel het vasthouden aan het oude adagium van segmenteren. En het benadrukken van klantverschillen in geografie, geslacht of hobbies. Gedragsdata zelf zijn een veel rijkere, waardevoller bron om toekomstig gedrag van jullie prospects en klanten te voorspellen.
Hoe zorg je in B2B online marketing ervoor dat prospects en klanten graag een volgende stap nemen in hun koopproces? Lees deze DutchmarQ whitepaper: ‘Is online onnodig in B2B Sales?‘.
Waarom heb jij nog steeds geen donor codicil? Wat is de reden dat je een net iets minder knappe versie van jezelf mee neemt tijdens een kroegentocht? Hoe komt ‘t dat het ontwerp en formulering van (online) formulieren vooral bepaalt of wij ze überhaupt invullen en insturen? En: waarom betalen we vooral graag die prijs die redelijk en ‘fair’ lijkt?
Wanneer, of en hoe wij als mens besluiten blijft boeien. In ons dagelijks leven, en in het bedrijfsleven. En was input voor het congres ‘jij kiest precies wat ik wil’. Vandaag overigens – de publicatie van deze blogpost is geheel toevallig gekozen – precies 1 maand geleden. Met Dan Ariely als voorgerecht, main course en toetje. En met kanonnen van nederlandse bodem zoals Margriet Sitskoorn, Victor Lamme, Jos Burgers en Joris Luijendijk als sidedish.
Aftrap op rode sportschoenen: Dan Ariely
Dan Ariely trapt na de ronkende introductie door een mijnheer in een slecht zittend pak heerlijk losjes af. Gekleed in vale jeans, t-shirt en rode sportschoenen houdt hij zijn publiek in een vol Tuschinksi succesvol de spiegel voor. We kennen onze voorkeuren niet al te best. Precies daarom zijn we erg gevoelig voor de keuzes en prikkels uit onze omgeving. Zo lijkt er amper verschil tussen de vraag om 3 of 10 redenen aan te geven waarom je van je partner houdt. Ariely betoogt dat in werkelijkheid het voor velen best lastig is om er liefst 10 te noemen. Bij het formuleren van de zesde reden begint dat besef te knagen aan de positieve overtuiging die we nog maar kort daarvoor hadden over onze relatie.
Asymmetrische dominantie
Ons brein stelt ons in staat tot het bedenken en realiseren van de meest complexe concepten. Het ironische is dat we helemaal niet graag moeilijke beslissingen nemen. Je zou bijna van kiespijn kunnen spreken. Ook komen we op de automatische piloot tot veel besluiten. Asymmetrische dominantie is een mooi voorbeeld van de wijze waarop dat gebeurt. Stel we kunnen voor het jaarlijkse uitje met de zaak kiezen uit een stedentrip naar Rome of Parijs. Beide zijn europese steden met allure en historie. Tegelijkertijd erg verschillend. De kans is groot dat onze keuze ongeveer fifty/fifty zou uitvallen. Zodra we een 3e optie naar Rome toevoegen – met een extraatje zoals gratis lunch of koffie – wordt ons keuzeproces eenvoudiger. We kunnen beide opties Rome wel tegen elkaar afwegen. En krijgen in verreweg de meeste gevallen een voorkeur voor die optie naar Rome met lokkertje. Het Economist voorbeeld is nog veel bekender: is de print editie van The Economist $59 waard? We weten dat eigenlijk niet. Juist omdat een X bedrag vaak abstract is. Door het toevoegen van onweerstaanbare alternatieven ontstaat een vorm van vergelijkend warenonderzoek. Waarvan aantoonbaar een koopprikkel uitgaat.
Ons brein in beweging
Margriet Sitskoorn laat ons via enkele eenvoudige testjes inzien hoe zeer we in patronen denken. Of beter gezegd: hoe we in patronen ‘doen’. Hoeveel negens zitten er tussen 0 & 100, zoals 19, 29 etcetera? De meesten mensen denken dan in termen van tientallen. En vergeten – ook met HBO of WO opleiding – de 90, 91, 92 etcetera. Juist omdat ons brein in patronen denkt stelt dat ons in staat om razendsnel informatie op de juiste manier te verwerken. We hebben vrijwel geen moeite met het voorlezen van een stuk tekst waarbij alleen de eerste en laatste letters per woord op de juiste plek staan en de rest van de letters een andere plek heeft gekregen. Tegelijkertijd heeft dat denken in patronen ook zo zijn beperkingen. Bij het bekijken van een video waarbij we de opdracht krijgen te tellen hoe vaak een balletje wordt overgegooid missen we andere, niet onbelangrijke informatie, zoals het in beeld verschijnen van een gorilla (!). Of de kleurverandering van het decor. De omgeving waarin we opereren blijkt in sterke mate te verklaren of, hoe en waarom we tot onze keuzen komen. Ons brein is daarbij volgens Sitskoorn verre van een statisch gegeven. Volgens de charmante neurowetenschapper is er sprake van neuroplasticiteit; je brein bepaalt je zijn, maar je zijn bepaalt ook je brein.
Warm aanbevolen
Een warme glimlach wekt sympathie op. Maar andersom voelt het niet goed als je een koude kop koffie in je handen gedrukt krijgt. Onze insula vertaalt dit soort signalen volgens Sitskoorn in een overwegend positief gevoel bij fysieke & persoonlijke warmte versus negatief bij koude signalen. Klinkt heel plausibel toch?
The ‘pain of paying’
Ariely en Burgers behandelen los van elkaar het thema prijs respectievelijk (geef nooit) korting. Beide benadrukken dat we graag een faire prijs betalen. Maar evenzeer vaak niet weten wat een faire prijs is. Stel je deze situatie voor: een automonteur krijgt met 1 gerichte klap op de motor van onze SAAB of Audi het ding weer aan de praat. Vervolgens presenteert hij de rekening voor €100. Dat doet pijn. Wit om de neus vragen we waarom de rekening zo hoog is. Zijn antwoord: ik bereken €1 voor het geven van de klap op de motor, en €99 voor mijn ervaring op precies op de juiste plek die klap te geven.
Ariely: we weten meestal niet hoe we de output moeten waarderen. Dus waarderen we de input: in uren uitgedrukt. “Als een expert slechts in 1 minuut ons probleem oplost zijn we niet bereid ervoor te betalen. Terwijl we eigenlijk alleen oog zouden moeten hebben voor het (positieve) eindresultaat.”
Jos Burgers weet met diverse prikkelende prijs-oneliners zijn publiek in te pakken. “In de uitverkoop betalen mensen altijd meer. Het is immers uitverkoop.” Of: “Als je duurder bent dan de concurrent; wees dan blij. Als je nooit te duur bent, ben je waarschijnlijk te goedkoop.“ Burgers adviseert om geen korting te geven. Wel begrip. Of in ruil voor korting minder te hoeven leveren, of iets extra’s te ontvangen.
Neuromarketing & besluitvorming in business
Victor Lamme benadrukte dat onze beslissingen vrijwel altijd vanuit ons onbewuste al gemaakt zijn. Pas daarna weet onze kwebbeldoos (‘de Mart Smeets van ons zijn’) die keuze voor ons te rechtvaardigen. Lamme gaf daarom aan dat als je werkelijk wilt weten wat iemand denkt of voelt, je hem dat niet moet vragen. Maar die vraag ‘te stellen’ aan zijn brein via effectief neurowetenschappelijk onderzoek. Een effectieve campagne ter beïnvloeding van koopgedrag of meningen gaat volgens professor Lamme vooral over het ‘indrukken van de goede knoppen’. Niet het beïnvloeden van meningen.
Het bestaan van een zogenaamde koopknop is wat mij betreft net wat te simplistisch. Maar daarover meer een vorige keer.
We gebruiken cookies om te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Bij verder gebruik van de website, gaan we ervan uit dat je hiermee instemt. Zie voor meer informatie het dutchmarq privacystatement.